Biodivercity

Home > Gras en kruidenbegroeiing > Biotoopfactsheet


PDF
Bloemrijke ruigte



Omschrijving:

Aanleg: Een bloemrijke ruigte is een hoogopgaande vegetatie (0,7 tot ca. 2 m) gedomineerd door meestal overblijvende en sterk concurrentiekrachtige kruiden. Deze groeien vaak samen met grassen, riet, brandnetels en distels. Een bloemrijke ruigte komt in het algemeen vrij laat tot bloei. Bloemrijke ruigten kunnen voorkomen bij overhoeken, op braakliggend terrein of als lintvormig element langs o.a. bosranden, wegen of watergangen. De standplaatsen variëren van zonnig tot halfschaduw en van droge, zandige tot vochtige, kleiige bodem. De standplaats en bodemsamenstelling is bepalend voor de soorten die er groeien. Een bloemrijke ruigte vormt een zoom bij overgang van bos of struweel naar grasland. Bramen groeien dan vaak door de kruidige vegetatie heen.

Beheer: Bij de aanleg van een bloemrijke ruigte kan een zaadmengsel worden gebruikt om te voorkomen dat brandnetel en andere ruigtekruiden domineren. Ruigtekruiden zijn concurrentiekrachtig en de meeste ruigtesoorten bloeien in de zomer of nazomer. Daardoor kunnen ze laat en met een lage frequentie gemaaid worden. Gewoonlijk wordt één keer in de 3 jaar in de late herfst of winter (na de zaadzetting) gefaseerd gemaaid, het maaisel wordt afgevoerd. Houtige opslag (van snelgroeiende elzen of wilgen) moet jaarlijks worden verwijderd. Wanneer een terrein groot genoeg is, kan ook voor begrazing gekozen worden.

Voorbeeldsoorten:

Flora: Ruigtekruiden zijn bijvoorbeeld look-zonder-look, fluitenkruid, hartgespan (beschaduwd); koninginnekruid, late guldenroede, heelblaadjes en heemst (vochtig); boerenwormkruid, jacobskruiskruid, koningskaars, zwarte toorts, en zeepkruid (drogere, zonniger standplaatsen); wilde marjolein en agrimonie (kalkrijke bodem). Het kunnen ook pionierbegroeiingen zijn met o.a. zwarte mosterd, valse kamille en echte kamille. In vochtige delen van bloemrijke ruigten kan, meestal tussen rietplanten, de rietorchis groeien. Op plekken met grote brandnetel kan, de hierop parasiterende plant, groot warkruid voorkomen. Grote kaardenbol is een ruigtesoort die zowel op vochtige als droge standplaatsen voorkomt.

Fauna: Bloeiende ruigtekruiden zijn van grote betekenis voor spinnen en insecten (vlinders, bijen, hommels, sprinkhanen, zweefvliegen). Deze zijn een voedselbron voor vogels zoals grasmus en vleermuizen. Zaden worden gegeten door vogels en kleine zoogdieren. Zoogdieren zoals dwergmuis en egels vinden beschutting in de ruigtevegetaties. Zangvogels en kleine zoogdieren gebruiken de ruigtes ook voor nestgelegenheid en insecten kunnen overwinteren in holle stengels.

Groot warkruid

Dwergmuis

Rietorchis

Boerenwormkruid

Kleine vos